Twintig procent woont te duur of te goedkoop in Haarlemmermeers sociaal huurhuis

Haarlems Dagblad, 25 mei 2021

In Haarlemmermeerse sociale huurwoningen woont 19,5 procent van de huurders ’scheef’: te duur of te goedkoop ten opzichte van hun inkomen.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2018. Goedkoop scheefwonen komt op 13,1 procent van de huishoudens. Duur scheefwonen scoort 16,4 procent. De landelijke percentages zijn 12,1 en 12,5, dus Haarlemmermeer zit boven het gemiddelde.

In antwoord op vragen van Forza stelt PvdA-wethouder Fouad Sidali dat de gemeente daar niet veel aan kan doen. Woningcorporaties wel, als verhuurder. Zij kunnen een inkomensafhankelijk huurbeleid voeren en zowel Ymere als Eigen Haard doen dat ook. „Voor 2021 heeft het rijk bepaald dat de huren in de sociale huursector niet mogen worden verhoogd. Ook niet voor goedkope scheefwoners. Voor de allerlaagste inkomens is zelfs huurverlaging mogelijk”, zegt de wethouder er bij.

Ymere en Eigen Haard geven ’doorstromers’ voorrang bij het toewijzen van vrije sector huurwoningen, want dan komt er weer een sociale huurwoning beschikbaar.

Veel meer maatregelen zijn niet mogelijk. Iemand krijgt een sociale huurwoning toegewezen op basis van het inkomen. Als dat inkomen later toe- of afneemt, betekent dat niet dat de woning verlaten moet worden.

Sidali noemt scheefwonen ongewenst. ,,Bij goedkoop scheefwonen woont iemand in een sociale huurwoning die eigenlijk hogere woonlasten kan opbrengen. Daardoor kan iemand met een laag inkomen niet beschikken over passende sociale huurwoning. Bij duur scheefwonen kan iemand de huur moeilijk opbrengen. Dat kan leiden tot armoede en schulden.’’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.