Kernwaarden Fortuyn

De kernwaarden van Pim Fortuyn

Het gedachtengoed van Pim Fortuyn was gebaseerd op een aantal kernwaarden en verworvenheden van de westerse maatschappijen: de moderniteit en de verlichting.

Met name in zijn boek “de Verweesde Samenleving” beschreef hij de kern van zijn gedachtegoed!
 
Zijn aanklacht hierin was dat de generatie van Babyboomers, de huidige politieke en bestuurlijke elite (waartoe hij zelf behoorde) in de laatste 30 jaar de politieke en maatschappelijke, westerse, verworvenheden op het spel heeft gezet door vast te houden aan dogmatische theorieën en progressieve idealen als socialisme, cultuurrelativisme (‘weg-met-ons mentaliteit’) en – het vaak misbruikte begrip -‘solidariteit’.
 
Forza! houdt zich bij al haar besluiten vast aan deze kernpunten en zal geen standpunten innemen die tegenstrijdig zijn aan deze kernwaarden.
 

De 9 kernwaarden van Fortuyn:

1. Scheiding tussen kerk en staat op politiek en maatschappelijk niveau
2. Vrijheid van meningsuiting, slechts beperkt door in de wet gestelde grenzen
3. Markteconomie gebaseerd op vrijheid van ondernemerschap met oog voor de zwakkere in de samenleving
4. Parlementaire democratie, waarin door het volk gekozen parlement het laatste woord heeft over wetgeving
5. Scheiding van uitvoerende, wetgevende, rechterlijke macht
6. Gelijkwaardigheid voor mannen en vrouwen
7. Individuele verantwoordelijkheid staat centraal
8. Individuele vrijheid en individualisme (slechts begrensd daar waar het de collectieve waarden hindert)
9. Universele verklaring van de rechten van de mens.

Toelichting

1. Er is een parlementairedemocratie. Dat betekend dat op alle bestuurlijke niveaus het gekozen parlement, dat totstandgekomen is in vrije verkiezingen door kiesgerechtigde burgers, het laatste woord heeft inzake wet- en regelgeving die rechtstreeks en zonder het filter van de volksvertegenwoordiging door godsdienst of politieke overtuiging wordt opgelegd. Het is volgens Fortuyn de eerste en belangrijkste dam tegen het doordingen van fundamentalistische opvattingen in het publiek domein.

2. Op politiek, staatkundig en maatschappelijk niveau is een volledige scheiding aangebracht tussen kerk en staat. Daar is een lange historische ontwikkeling aan vooraf gegaan, die teruggaat tot in de Investituurstrijd over het recht bisschoppen te benoemen uit de elfde eeuw. Het begrip ‘Scheiding tussen kerk en staat’ wordt te pas en te onpas gebezigd, maar het gaat er in de kern om dat de wereldlijke overheid zich niet mengt in kerkelijke zaken, zoals bisschopsbenoemingen, en dat de kerkelijke overheid zich niet bezighoudt met wereldlijke zaken als bestuur en rechtspraak. Een kerkelijke rechtbank behandelt alleen kerkelijk recht. Zoiets als de sharia is de Westerse cultuur wezensvreemd. Zelfs in de donkere dagen van de Spaanse inquisitie werden ketters voor bestraffing heel hypocriet, maar juridisch correct overgedragen aan de burgerlijke rechtbank. We zijn al eeuwen verlost van inquisiteurs en ayatollahs en dat willen we graag zo houden.

3. Er is vrijheid van meningsuiting, die slechts wordt beperkt door uitdrukkelijk bij de wet gestelde grenzen. Bij vermeende overschrijding van die grenzen is het eindoordeel aan de onafhankelijke rechter. De vrijheid van meningsuiting krijgt gestalten in de vrijheid van drukpers, waaronder we in deze tijd ook het internet verstaan. Deze vrijheid heeft in feite de godsdienstvrijheid overbodig gemaakt. Historisch gezien heeft de godsdienstvrijheid, die een einde maakte aan de godsdienstoorlogen in de 16e en 17e eeuw, de oudste rechten. Andere politieke grondrechten komen pas veel later. De vrijheden van meningsuiting, vergadering en vereniging zijn de logische gevolgtrekking van de godsdienstvrijheid, die door deze ontwikkelingen is ingehaald.

4. Er is een markteconomie gebasseerd op eigen initatief en vrij ondernemerschap. De staat reguleert deze vrijheid met het doel haar te behouden en zwakkere partijen de noodzakelijke bescherming te bieden tegen het ‘natuurgeweld’ van de vrije markt. Concreet betekent dit volledige concurrentie en het tegengaan van marktafscherming, oligopolies en monopolies, alsmede een deugdelijke milieuwetgeving en wetgeving die het publieke domein beschermt tegen uitwassen.

5. Er is scheiding van de uitvoerende, de wetgevende en controlerende macht en van de rechtsprekende macht.. Deze triasleer gaat terug tot Montesquieu, die in 1748 zijn baanbrekende driemachtenleer (Trias Politica) publiceerde. Zijn boek werd gepubliceerd in een standenmaatschappij waarin de adel het als de hoogste stand het voor het zeggen had. Een elite waarvan de regenteske trekken tot in onze tijd bewaard zijn gebleven. De scheiding der machten heeft een rechtsstaat opgeleverd die kenmerkend is voor de moderniteit.

6. Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig. Cultureel is dit een feit, maar in sociaaleconomisch opzicht is de emancipatie van de vrouw nog niet afgerond. De voornaamste uitdaging voor de moderniteit is de emancipatie van de islamitische vrouw. Seksuele geaardheid doet in het publieke domein niet ter zake.

7. Individuele verantwoordelijkheid staat in de moderniteit centraal. Richtlijn daarbij is de ontwikkeling van een individueel geweten en de ontwikkeling van het besef dat ieder mens uiteindelijk verantwoordelijkheid draagt voor zijn eigen leven en de vormgeving daarvan.

8. Een samenleving bestaat echter bij de gratie van samenlevende en samenwerkende individuen. Dit betekend dat het individualisme en de individuele vrijheid hun begrenzingen hebben daar waar zij de samenleving in haar voortbestaan bedreigen, dan wel dreigen te desintegreren. Het gaat daarbij om een op collectief niveau beleefd stelsel van kernnormen en kernwaarden. Dit stelsel komt tot stand door democratische besluitvorming, de overdracht en handhaving worden gegarandeerd door de overheidsinstanties als het onderwijs, de politie en het openbaar ministerie. De vrije pers en particuliere organisaties ondersteunen het geheel.

9. De ‘universele verklaring van de rechten van de mens’ en internationale verdragen worden door de moderniteit gerespecteerd en nageleefd naar de letter en de geest. Universele waarden lenen zich niet voor eigengereide interpretaties die op de zogenaamde eigen cultuur is gebaseerd.