Forza! stelt vragen over etnische achtergrond jongeren

Hoofddorp, maandag 5 juli 2010De fractie van Forza! heeft naar aanleiding van de notitie’ aanpak locaties jongerenoverlast’ waarin de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de voortgang, aan het college vragen gesteld. De fractie van Forza! wil graag weten of de groepen jongeren, die overlast veroorzaken. voornamelijk bestaan uit autochtone of allochtone jongeren.

Fractievoorzitter Paul Meijer: “Ïn de notie wordt nauwkeurig de verschillende groepen jongeren in kaart gebracht alleen de etnische en culturele achtergrond ontbreekt. Dat is opvallend omdat vaak in de culturele, religieuze en/of etnische achtergrond van de jongeren ook vaak de sleutel ligt voor het oplossen van de problemen. Wij willen ook meer inzicht krijgen in de gehanteerde methodiek”.

Forza! heeft ook vragen gesteld of er bij het project aandacht is voor hotspots van jongerenoverlast in wording, zoals bij de Braambosschool in Floriande.

Vraag 1:
Kan het college aangeven of de jongeren, die overlast veroorzaken op de geprioriteerde hotspots, voornamelijk bestaan uit autochtone of voornamelijk bestaan uit allochtone jongeren? Graag een specificatie.

Antwoord:
Op de geprioriteerde hotspot Almkerkplein bestaat de overlastgevende groep uit voornamelijk allochtone jongeren. In Zwanenburg is de groep volledig autochtoon. In Pax is de groep samengesteld uit zowel allochtonen en autochtonen. Hetzelfde geldt voor de groep in Overbos en de groepen Toolenburg.

Vraag 2:
Is er anderszins zicht op de achtergronden van de doelgroep die overlast veroorzaakt, bijvoorbeeld sociaal economische omstandigheden, het ontbreken van perspectief op werk, verslavingen, psychiatrische problemen?

Antwoord:
Er wordt continu informatie verzameld overjeugdoverlast en groepen die op straat rondhangen. De groepen zijn goed in beeld en gecategoriseerd. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van de ‘Shortlist’ of ‘Beke’ methodiek. Dit is een op wetenschappelijk gebaseerd onderzoek samengestelde vragenlijst waarmee politiefunctionarissen op
systematische wijze periodiek de aard en omvang van problematische jeugdgroepen in beeld kunnen brengen.
Hierbij wordt op een snelle en eenvoudige wijze informatie verkregen over:
– Locatie waar de groep zich ophoudt;
– Samenstelling van de groep (omvang, etniciteit, leeffijdsrange);
– Dagelijkse bezigheden van de groepsleden ( school- en arbeidsmarktparticipatie,
spijbelgedrag);
– Riskante gewoonten (drank- en druggebruik, justitiecontacten);
– Recent delictgedrag.

Het merendeel van de jongeren is schoolgaand of heeff werk. Een klein deel heeft geen werk c. q. dagbesteding. Bij de doelgroep is het middelengebruik (softdrugs en alcohol) een aandachtspunt. Voor de groepen op de hotspots worden op basis van deze analyses en waarnemingen van andere partners plannen van aanpak gemaakt, waarbij ook nadrukkelijk de rol van de ouders en bewoners wordt betrokken. De plannen van aanpak komen in samenwerking met de relevante partners tot stand, waarbij duidelijk is wat de gezamenlijke koers is en wie welke rol speelt in de aanpak.

Vraag 3:
Maakt de toegepaste methodiek ‘jongeren op straat’ een onderscheid in de aanpak van overlast veroorzaakt door autochtone jongeren en allochtone jongeren?

Antwoord:
Nee, de aanpak is gericht op het gedrag van de jongere(n) en de overlast die dit met zich meebrengt.

Vraag 4:
Zo ja, op welke wijze en zo nee waarom niet?

Antwoord:
Zie de beantwoording van vraag 3.

Vraag 5:
Hoeveel straatcoaches zijn er beschikbaar en zijn er een aantal van hen van allochtone afkomst?

Antwoord:
Op dit moment zijn er 4 straatcoaches actief. Deze zijn geselecteerd op basis van hun persoonlijke competenties.

Vraag 6:
Is er ook aandacht voor andere locaties waar jongeren steeds meer overlast veroorzaken, zoals bijvoorbeeld bij de Braambosschool in Floriande?

Antwoord:
Met onze samenwerkingsparfners (Politie, Meerwaarde) is voortdurend afstemming over de locaties en worden samenwerkingafspraken over de aanpak gemaakt. Dat geldt niet alleen voor de hotspots, maar ook voor de overige overlastlocafies. In de briefing tussen straatcoaches en politie wordt deze informatie uitgewisseld en meegenomen in de werkinstructie.

De hotspots worden dagelijks door de straatcoaches bezocht, overige overlastlocaties in ieder geval drie maal per week. De praktijk wijst uit dat dit vaak meer is. De overlastlocaties die op de route of in de nabijheid liggen van de hotspots, worden dagelijks bezocht. De overlast bij de Braambosschool heeft bij de straatcoaches extra aandacht.